Roma begeleiden

Tips op schoolniveau

  • Tijdens het inschrijvingsmoment willen de Roma-ouders weten waar hun kinderen terecht komen. Het is aangeraden om de Roma-ouders een rondleiding in de school te geven. Daarnaast kan een gesprek met de leerkrachten de ouders gerust stellen. 
  • Het is aangeraden om de communicatie met de Roma verbaal te voeren. Brieven of nota's worden toch vaak niet gelezen. Bij deze communicatie kan het handig zijn om een tolk of een schoolbemiddelaar in te schakelen.
  • Ernstige boodschappen worden best door de directeur overgebracht. Daarnaast moet dit ook op een belangrijke plaats (voorbeeld: het bureau) gebeuren. Een boodschap door de leerkracht aan de schoolpoort wordt niet altijd ernstig genomen. 
  • De leerlingen moeten het schoolreglement ook kennen. Als zij de regels overtreden, moet hier ook consequent mee worden omgegaan. 

Tips op klasniveau

  • Maak de dagdagelijkse gewoonten van de klas (voorbeeld: stil zijn, afval in de vuilbak gooien, ...) duidelijk zodat de Roma-leerlingen weten wat er van hun verwacht wordt. Maak hierbij gebruik van pictogrammen.
  • Stel geen lagere eisen aan de Roma-leerlingen. Doe je dit wel, dan heeft dit een negatief effect op hun zelfvertrouwen. 
  • Probeer de Roma-leerlingen zoveel mogelijk te betrekken bij de lessen en de taakverdeling. De Roma-leerlingen kunnen bijvoorbeeld verantwoordelijk gesteld worden om de planten water te geven.
  • Maak een apart lessenrooster voor de Roma-leerlingen zodat ze weten wanneer ze kunnen meevolgen en wanneer ze iets anders moeten doen. Voorbeelden van andere activiteiten: woorden overtypen op de computer, in een kijkboek neuzen, een tekening maken, ...
  • Probeer af en toe de lesinhoud op de Roma-kinderen af te stemmen. Zo kan je bijvoorbeeld eens een les geven over belangrijke Roma-muzikanten of extra uitwijden over de Holocaust. 
  • Zorg dat er in de klas voldoende taalprikkels en motiverende opdrachten aanwezig zijn. Hang bijvoorbeeld overal woordkaarten bij de materialen en geef heel veel doe-opdrachten. 
  • Geef de Roma-leerlingen een rondleiding in de school zodat ze alles weten zijn.
  • Om de Roma-leerlingen verder te begeleiden, kan je een peter of een meter aanduiden.
  • Stel geen vragen waar de Roma-leerlingen lange antwoorden op moeten geven. Dit gaat hen in het begin toch niet lukken. 
  • Geef de leerlingen positieve bekrachtigingen
  • Maak veel gebruik van echt materiaal, pictogrammen, prenten, ... 
  • Gebruik tijdens de verbale communicatie veel lichaamstaal

Onthaalklas

  • Haal de Roma-leerlingen uit de klas op momenten dat zij in de les niet goed kunnen functioneren door het ontbreken van voorkennis. Lichamelijke, muzische of plastische opvoeding zijn minder geschikte momenten.
  • Volg de vorderingen van deze leerlingen goed op. Als de Roma-leerling sterk genoeg is om mits extra begeleiding te werken in de klas, krijgt de begeleiding in de klas de voorkeur.

Schoolbemiddelaar

De school kan een brugfiguur inschakelen om een vertrouwensband tussen de Roma en de school op te bouwen met als doel de scholingsgraad van Roma-kinderen te verhogen. De brugfiguur kan een Roma of een niet-Roma zijn. Ze moeten echter wel over een aantal competenties beschikken.

Competenties van een bemiddelaar

  • Integraal: Een schoolbemiddelaar moet integraal zijn. De familie zal niet enkel vragen hebben over de school maar ook over andere levensdomeinen. Als de bemiddelaar daar dan niet mee kan helpen, kunnen de verbindingen ook niet versterkt worden. Dit wil uiteraard niet zeggen dat de bemiddelaar op elke vraag een antwoord moet kunnen geven, maar als hij het antwoord niet weet moet hij de ouders kunnen doorverwijzen.
  • Discretie: Het is niet de bedoeling dat de bemiddelaar de problemen van het gezin met andere gezinnen of instanties deelt. Bij een huisbezoek kunnen enkele vuistregels de discretie verhogen. Het is aan te raden om een bemiddelaar te sturen die niet in dienst is van openbare besturen. De bemiddelaars die wel in dienst zijn, hebben meldingsplicht en zullen hierdoor minder aanvaard worden door de gezinnen.
  • Kennis: Als bemiddelaar is het belangrijk om te weten welke diensten er allemaal bestaan die de Roma eventueel kunnen gebruiken, hoe Roma hier leven en hoe de omgeving ermee omgaat. (parate kennis) Deze kennis over Roma zelf begint met interesse, bv. over hun thuisland. Mensenkennis is belangrijk om te weten welke onderwerpen gevoelig liggen en waar de grens ligt. Ook voldoende zelfkennis is een meerwaarde zodat de bemiddelaar weet welke vooroordelen hij/zijzelf heeft.
  • Kunde: De kernwoorden voor 'kunde' zijn: spontaniteit, empathie en openheid. Een voorwaarde voor inleving is actief luisteren en inzicht krijgen in de bedoeling van de verbale- en non-verbale taal van Roma. Als bemiddelaar is het belangrijk om zich een beeld te kunnen vormen van de leefwereld van de Roma en een kijk te verkrijgen op hun gebruiken, waarden en normen, ... Verder wordt van een bemiddelaar voldoende openheid naar Roma verwacht, weliswaar binnen grenzen. Een bemiddelaar moet weten op welke vragen hij/zij een eerlijk antwoord moet geven en met welke informatie hij/zij voorzichtig moet omspringen. Het is ook belangrijk om je eigen fouten toe te kunnen geven.
  • Attitude: Een bemiddelaar moet gemotiveerd zijn. Het begeleiden van Roma is een langdurig proces waarbij op korte termijn geen grote vorderingen zichtbaar zijn. Als de bemiddelaar geen motivatie heeft, zal de begeleider het proces snel opgeven.

Taken van een bemiddelaar

  • De bemiddelaar moet met de Roma-ouders in gesprek gaan om het nut van het onderwijs aan te tonen.
  • Hij moet de ouders voldoende informeren over de schoolse activiteiten, het schoolreglement, oudervergaderingen, schoolfeest, ...
  • De bemiddelaar moet het Roma-gezin ondersteunen of doorverwijzen naar bruikbare instanties zoals het OCMW, juridische diensten, ...
  • De bemiddelaar moet de Roma-ouders af en toe eens een huisbezoek brengen. Hierbij is het belangrijk dat hij/zij niet te veel vragen stelt en ook niet te veel noteert. Als ze tijdens het huisbezoek een drankje aanbieden, moet de bemiddelaar dit aannemen.


Valkuilen van een bemiddelaar

  • De bemiddelaar moet zijn grenzen kennen. Als hij/zij iets aanneemt wat hij/zij niet aankan, verliest de bemiddelaar zijn/haar geloofwaardigheid.
  • Een bemiddelaar inzetten die niet over de nodige competenties beschikt, zorgt enkel voor ongeloofwaardigheid.
  • De bemiddelaar moet een afstandelijkheid bewaren en zich niet laten meeslepen door de problemen van het gezin. Aan de andere kant mag een bemiddelaar ook niet euforisch worden als iets wel lukt, om te vermijden dat het gezin teleurgesteld is wanneer iets niet lukt.
©2017 ROMA. België
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin